Laat ik beginnen bij de dingen die me verbaasden.
1. De 'ontsluiting'; Je zou denken dat we in Nederland een hoop geleerd hebben de laatste jaren, van hoe je verkeersinfarcten moet voorkomen, maar in elke Vinex die ik zag waren de toegangswegen niet toereikend en soms ronduit onnagedacht (zoals bij Langerak, waar je eerst door de wijk moet (kilometers) en dan weer een kilometer langs de A12 terug moet, om bij een klein opritje in de rij te mogen staan). Als je een voorstad voor 100.000 mensen plant, dan plan je ook de nodige op- en afritten, maar in Nederland zijn we dat even vergeten, hetgeen verwonderlijk is, want de meest Vinex lokaties zijn tussen de snelwegen ingeklemd. Daarnaast is het openbaarvervoer meestal in het begin ook nog redelijk afwezig, waardoor eerst iedereen 2 auto's moet aanschaffen en dan niet meer met de bus of tram gaat, als die er dan eindelijk wel is.
2. De onsamenhangendheid; het is duidelijk dat in veel gevallen de projectontwikkelaars vrij spel hebben. Vlakken op het schaakbord van de wijk worden uitgedeeld, en zonder al te veel fantasie kiest men voor dan weer een blok met 100 pseudo-jaren-dertigs hier, een paar honderd blokkendozen daar en dan weer een pseudo-romantisch blokje er weer naast. Daarnaast is het vaak ook wat hutje mutje en te veel van het zelfde bij elkaar. Op veel plekken heeft men niet bedacht dat er ook mensen moeten gaan wonen die zich thuis moeten gaan voelen. Na een eeuw experimenteren met nieuwe woningbouw weten we toch wel hoe we een centrum aan moeten leggen? Er zijn positieve uitzonderingen, zoals waar men rond een wateras de samenhang gecreeerd heeft, maar over het algemeen is het rommelige planning.
3. De architecten speeltjes; nog steeds zijn er architecten die het voor elkaar krijgen om dingen goedgekeurd te krijgen (vooral voor de sociale woningbouw), waar alleen mensen in komen te wonen omdat er elders niets te koop of te huur is. Ik schuw niet voor het experiment (Almere Filmwijk is heel interessant), maar de massale fantasieloze blokken met lelijke materialen (beton, roze stucwerk, ijzeren palen en roosters ...) die her en der toch verschijnen moeten wel zelfbevrediging zijn van architecten die vooral een hekel hebben aan de mensen die er moeten komen te wonen. Zo las ik laatst nog van onverkoopbare appartementen in Ypenburg, omdat de architect geen balkons wilde. Het is goed dat niet heel Nederland volgebouwd wordt met de pseudo jaren dertigs, maar er zijn grenzen ...
Er was gelukkig ook genoeg wat me positief verraste.
1. Er zijn veel ruime huizen, die er uitzien als comfortabele woningen. De hoeveelheid grond per huis is misschien wat krap, maar aan woongemak lijkt gedacht. Ook de hokkerigheid viel me mee.2. Baksteen is weer helemaal terug, met verschillende warme kleuren (wit is gelukkig uit, want dat past zo slecht bij onze grijze luchten).
3. Er zijn zelfs stukken waar met veel fantasie een geborgenheid wordt gecreeerd, of waar voor de verandering de architect wel een goed idee had.
Er is in ieder geval weer een hoop te zien en ik raad dan ook iedereen aan eens een kijkje in de verschillende wijken te nemen!